windturbine Gistel

Vandaag 11 mei ’07 wordt het windturbinepark van Gistel officieel ingehuldigd door dhr. Yves Leterme, minister-president van de Vlaamse Regering. Samen met Bart Haelewyck, burgemeester van Gistel, zal hij de laatste kabels met elkaar verbinden om zo de aansluiting van de windmolens te verzekeren. Na een jarenlange periode van administratieve procedures worden in Gistel dus uiteindelijk de eerste groene kilowatturen geproduceerd.

Project en locatie

Reeds in 2001 werd op initiatief van de WVEM (West-Vlaamse Energie- en Teledistributiemaatschappij) een vergunningsaanvraag ingediend voor de bouw van windturbines langs de snelweg op grondgebied Gistel. Deze aanvraag werd de aanleiding tot het onderzoek en de opmaak door het Vlaams Gewest, in nauwe samenwerking met de stad Gistel, van een Ruimtelijk Uitvoeringsplan (RUP). Dit RUP werd in juli 2003 door de Vlaamse Regering goedgekeurd. Hiermee werd een zone voor windturbines afgebakend in landbouwgebied langs de A18 ten oosten van de afrit Gistel.

In het voorjaar 2004 werden de stedenbouwkundige- en milieuvergunning aangevraagd. De milieuvergunning volgde vrij snel en werd in juni 2004 toegekend. De stedenbouwkundige vergunning liet evenwel nog een tijdje op zich wachten en het duurde nog tot juni 2005 vooraleer deze werd verleend. Belgocontrol kon zich met deze vergunningen niet verzoenen en diende een verzoek tot schorsing in bij de Raad van State. Pas begin 2006 volgde het arrest vanwege de Raad van State dat het verzoek tot schorsing verwierp. De investeringsbeslissingen werden genomen en eindelijk kon gestart worden met de voorbereidende acties noodzakelijk voor de realisatie van het project.

Ons windturbineproject te Gistel omvat 4 windturbines Enercon E70-4 met elk een nominaal vermogen 2.000kW. Het zijn werkelijk “state-of-the-art” machines die behoren tot de best beschikbare technologie op dit ogenblik. Er wordt o.a. geen gebruik gemaakt van tandwielkasten wat op de energieopbrengst, de duurzaamheid en de geluidsemissie zeker ten goed komt. De turbines hebben een ashoogte van 85 m en wieken met een lengte van 35 m. De tiphoogte is aldus 120 m. De geraamde productie is ongeveer 16.000.000 kWh per jaar wat het equivalent is het elektriciteitsverbruik van ongeveer 5.000 gezinnen. Hiermee wordt jaarlijks een CO2-besparing van 12.160 ton gerealiseerd. De gezamenlijke investeringskost bedraagt zo’n 9.500.000EURO.

In het totaal zijn 6 locaties voor windturbines voorzien waarvan er dus nu 4 door Gislom gebouwd worden.

Bouw van de windturbines

Na de uitvoering van een aantal voorbereidende werken werd op 5 september 2006 officieel de eerste spadesteek gegeven van het windturbinepark door dhr. burgemeester Roland Defreyne van Gistel. Alle voorzieningen waren reeds getroffen om het heien van de funderingspalen te kunnen starten, gevolgd door het uitgraven van de bouwputten. Daarna werden de betonsokkels gegoten met daarin de voet van de windturbine. Iedere betonsokkel heeft een diameter van 15m en een hoogte van 2,6m. Het volume bedraagt ongeveer 290m³. Samen met het betonijzer van ±36ton/betonsokkel vormt dit de fundering die aldus een massa van 720ton vertegenwoordigt. Deze werkzaamheden duurden tot begin februari waarna het beton kon uitharden. Gelijktijdig werd door de distributienetbeheerder WVEM de netinfrastructuur uitgebouwd, de middenspanningscabines geplaatst en de kabels tussen de windturbines aangelegd.

In de nacht van 20 op 21 februari kwam reeds het eerste van de uitzonderlijke transporten aan te Gistel. Tijdens de volgende dagen en weken kwamen de onderdelen aan en werden de turbines opgericht. Per windturbine werden de onderdelen aangevoerd en ondertussen werd de hoofdkraan op de site opgericht (wat op zich ook al 1 volledige dag in beslag neemt). Daarna volgde onmiddellijk de complete oprichting : eerst werd de mast opgericht in 4 delen gevolgd door het hijsen en bevestigen van de gondel. De wieken tenslotte werden op de grond geassembleerd en daarna als 1 geheel aan de gondel bevestigd. Daarna werd de kraan verplaatst naar de volgende site. Aangezien deze werken zich op een aanzienlijke hoogte afspelen, sprak het voor zich dat de wind vriendelijk verzocht werd tijdelijk afzijdig te blijven tijdens deze fase.

Na de oprichting volgden enkele dagen van testen en keuringen. De eerste kilowatturen werden geproduceerd in de vroege ochtend van 22 maart jl.

De gemiddelde voorziene productie voor de 4 turbines samen bedraagt 16.000.000kWh, dit staat gelijk met het verbruik van zo’n 5.000 gezinnen.

Wij wensen iedereen van harte te bedanken voor hun bijdrage en medewerking om dit project mogelijk te maken. In het bijzonder danken wij de stad Gistel voor de gedegen ondersteuning tijdens het ganse voorbereidingstraject alsook tijdens de bouwfase.

De partijen

GISLOM

  • Gislom nv is een samenwerking tussen Arcopar cvba, Aspiravi nv en Hefboom cvba,

  • De 3 bedrijven zijn elk actief in totaal verschillende domeinen maar vormen samen een sterk, krachtig en prachtig geheel. Zij hebben elk hun eigen kenmerken en leggen hun accenten maar kunnen samen rekenen op een zeer breed maatschappelijk draagvlak . Met de realisatie van dit project onderschrijven de betrokken bedrijven, daadwerkelijk hun ambitie en doelstelling om aandacht te hebben voor duurzaam en milieuvriendelijk ondernemen.

  • Het windturbinepark van Gistel is het tweede windturbinepark voor GISLOM. Het eerste park van eveneens 4 windturbines van elk 2.000kW van de nieuwste generatie werd eind 2005 in gebruik genomen in Lommel op de terreinen van Umicore. Dit windturbinepark is opgebouwd uit 4 Vestas V80 machines met een masthoogte van 100m en een rotordiameter van 80m.

Arcopar cvba – www.arcopar.be

Groep ARCO is een financiële groep met een coöperatief karakter en een maatschappijgerichte visie. Met een belang van circa 17.5 % is ARCOFIN cvba referentieaandeelhouder van DEXIA nv.
Het kapitaal van de groep, met wortels in de Christelijke Arbeidersbeweging, wordt door meer dan 900.000 coöperanten samengebracht via de financieringsmaatschappijen ARCOPAR cvba en ARCOPLUS cvba.

Naast de financiële sector streeft de groep een diversificatie na, gedreven door haar maatschappelijke visie. Zo werden via de holding AUXIPAR nv aanzienlijke participaties genomen in sectoren zoals energievoorziening, waterzuivering en geneesmiddelendistributie.
De investering in GISLOM nv sluit hierbij uitstekend aan.
Groep ARCO steunt de sociale economie, bron van tewerkstelling en van sociale integratie. De aanwezigheid van de sociale financieringsmaatschappij HEFBOOM cvba in het GISLOM-dossier, is hiervan een sprekend voorbeeld.

Aspiravi nv – www.aspiravi.be

Aspiravi, is ontstaan op initiatief van de gemeenten-aandeelhouders van 4 zuivere intercommunales: Interelectra, IVEG, PBE en WVEM.
Aspiravi heeft als activiteit het investeren, het realiseren en het exploiteren van projecten voor de productie van hernieuwbare en milieuvriendelijke energie.
Op vandaag exploiteert Aspiravi 57 windturbines, 3 biogasmotoren en 2 waterkrachtcentrales. Daarnaast zijn nog heel wat projecten in fase van realisatie of ontwikkeling.

Hefboom cvba – www.hefboom.be

Hefboom is een onderneming die de oprichting en ontwikkeling van solidaire ondernemingen in Vlaanderen en Brussel ondersteunt. Op die manier wil Hefboom een actieve bijdrage leveren aan de ontwikkeling van een meer solidaire samenleving in het algemeen en een solidaire economie in het bijzonder.
Hefboom is vooral gekend als financier en adviesverlener van de sociale economie. Deze sector omvat vooral bedrijven die tewerkstelling bieden aan mensen uit de kansengroepen: sociale werkplaatsen, kringloopcentra, invoegbedrijven, beschutte werkplaatsen, buurtdiensten, … Maar er is ook aandacht voor andere principes van het maatschappelijk verantwoord ondernemen zoals respect voor het milieu, aandacht voor goede arbeidsverhoudingen, …

De middelen van Hefboom cvba worden bijeengebracht door zowat 1500 aandeelhouders die met (een deel van) hun geld, naast een financieel rendement, vooral maatschappelijke meerwaarde willen realiseren. Hefboom investeert hun geld immers terug in de sociale economie of in projecten die aandacht hebben voor de aanpak van kansarmoede. Met een deel van zijn middelen financiert Hefboom ook projecten die ondernemen vanuit een respect voor het milieu. Dit kan een bedrijf doen door inspanningen te verrichten op uiteenlopende domeinen: energiebesparingen, gebruik van hernieuwbare energievormen, recyclage, milieuvriendelijke productietechnieken en producten, …
Zo is Hefboom aanwezig in de sector van de kringloopcentra, de gezonde voeding, de energiebesparing en de hernieuwbare energie.

Geplaatst in windenergie | Tags: | Een reactie plaatsen

windmolens in Puurs

 

Persbericht Aspiravi 14.02.2006
Oprichting van de windmolens op 21/22 en 27/28 februari 2006
Windmolenpark Aspiravi te Puurs
In december 2005 begon Aspiravi met de bouwwerkzaamheden van de 2 windmolens te Puurs. De “eerste spadesteek” voor de bouwwerken werd op 15-12-2005 verzorgd door minister van energie Kris Peeters en burgemeester van Puurs, Koen Van den Heuvel. Op 21 februari 2006 wordt de eerste windturbine opgericht.

Aspiravi
Aspiravi nv is ontstaan naar aanleiding van de liberalisering van de elektriciteitsmarkt in Vlaanderen en werd in april 2002 opgericht door 4 holdings, namelijk CREADIV, EFIN, FINEG en NUHMA die samen 95 Vlaamse gemeenten vertegenwoordigen.
Aspiravi heeft als activiteit het ontwikkelen, het investeren, het realiseren en het exploiteren van installaties voor de productie van hernieuwbare en milieuvriendelijke energie. Op vandaag exploiteert Aspiravi 45 windmolens, 4 biogasmotoren, 2 kleine waterkrachtcentrales en 22 warmtekrachtkoppelingen. Daarnaast zijn nog een meerdere projecten in aanbouw of in vergevorderde fase van ontwikkeling.
De windturbines te Puurs zijn respectievelijk de 46ste en 47ste windturbine die door Aspiravi zullen geëxploiteerd worden.

Wij wensen iedereen van harte te bedanken voor hun bijdrage en medewerking om dit project mogelijk te maken.

Project en locatie
Het windturbineproject te Puurs omvat de bouw van twee windturbines met elk een nominaal vermogen 2MW (Megawatt). Ze hebben een ashoogte van 100m en wieken met een lengte van 40m. De tiphoogte is aldus 140m. De geraamde productie is ongeveer 7.200.000kWh per jaar wat het equivalent is het elektriciteitsverbruik van ongeveer 2.250 gezinnen. De gezamenlijke investeringskost bedraagt zo’n 5.000.000EURO.

Bouwwerkzaamheden
De twee windturbines worden gebouwd op een terrein langs de A12 ter hoogte van de uitrit Willebroek-Noord net vóór de Rupeltunnel. Oorspronkelijk werd deze grond ter beschikking gesteld door de Afdeling Wegen en Verkeer van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap maar heden is Waterwegen en Zeekanaal nv de partij die het terrein in concessie heeft gegeven.

De werkzaamheden zijn in december 2005 van start gegaan met het aanleggen van de toegangswegen, het uitgraven van de bouwputten en het heien van de funderingspalen. Per turbine zijn er 24 palen nodig met elk een lengte van 18m. Daaropvolgend worden de betonsokkels gegoten met daarin de voet van de windturbine. Iedere betonsokkel meet ongeveer 300m² en heeft een volume van 650m³. Samen met het betonijzer (70.000kg/betonsokkel) vormt dit de fundering. Deze werkzaamheden namen ongeveer 6 weken in beslag. Rond deze tijd worden ook de werken afgerond m.b.t. de ondergrondse elektriciteitskabels en de elektriciteitscabine om de geproduceerde groene stroom op het openbaar net te kunnen injecteren.

Na de civiele werken is nu de definitieve fase ingeluid van de bouw van de windmolens te Puurs.

Transport onderdelen
Het transport van de windmolenonderdelen is enkele dagen geleden uit Denemarken vertrokken.
In de nacht van woensdag op donderdag aanstaande komen in Puurs de eerste van een reeks uitzonderlijke transporten aan met de onderdelen van het windmolenpark.
De wieken van de twee windmolens hebben een lengte van 40 meter. Eén wiek weegt zo’n 6.8 ton. De volledig geassembleerde rotor met de drie wieken weegt 37.2 ton. Er wordt normaal 1 wiek per vrachtwagen vervoerd. De mast van de windmolens heeft een totale lengte van 100m en wordt in vijf stukken vervoerd. Het totaalgewicht van de mast bedraagt zo’n 265 ton.
De gondel – de eigenlijke “machinekamer” van de windturbine – meet 10.7(l)x3.3(b)x4.1(h) m en weegt 61.2 ton. Hij wordt in één stuk vervoerd.

Oprichting windturbines
Onder voorbehoud van gunstige weersomstandigheden is op 21 en 22 februari is de oprichting voorzien van de eerste windturbine, op 27 en 28 februari wordt dan de tweede windturbine opgericht

Windturbine 1

  • 21/02 :
  • 22/02 :
oprichting van delen 1-2-3 van de mast
oprichting van delen 4-5 van de mast
hijsen van de gondel
hijsen van de rotor

Windturbine 2

  • 27/02 :
  • 28/02 :
oprichting van delen 1-2-3 van de mast
oprichting van delen 4-5 van de mast 5
hijsen van de gondel
hijsen van de rotor

In de weken daaropvolgend volgt dan de elektrische afwerking en de diverse keuringen. De opstart is voorzien tijdens de maand maart 2006.


Geplaatst in groene energie, windenergie | Tags: , , | Een reactie plaatsen

wat gebeurt er met ons restafval in Kontich

Benieuwd naar wat er met ons restafval gebeurt, vond ik dat Kontich is aangesloten bij IGEAN en dat IGEAN het restafval laat verbranden in de centrale van ISVAG. Zie volgend persbericht:

PERSBERICHT

 

TOETREDING IGEAN TOT ISVAG BIEDT NIEUWE PERSPECTIEVEN

ISVAG verzorgingsgebied breidt uit tot 1 miljoen inwoners

 

Wilrijk, 25 januari 2006 – Nadat de algemene vergadering van ISVAG eind december het licht op groen heeft gezet en alle partijen de contracten hebben ondertekend, is de toetreding van IGEAN tot de intergemeentelijke samenwerking ISVAG definitief een feit. Sinds begin januari wordt nu ook het huishoudelijk restafval van de IGEAN gemeenten bij ISVAG aangeleverd.

 

Door de toetreding van IGEAN staat ISVAG voortaan in voor de verwerking van al het huishoudelijk restafval in de Antwerpse regio. Alle eigen vennoten van ISVAG samen vertegenwoordigen nu een verzorgingsgebied van 1 miljoen inwoners. De afvalstromen in de regio Antwerpen kunnen nu nog beter in kaart worden gebracht waardoor de mogelijkheden voor een nog duurzamer transport en verwerking toenemen.

 

Wat verandert er concreet?

 

 

Aanvoer ISVAG

Herkomst aanvoer

Raad van Bestuur

Verzorgingsgebied

eigen vennoten

2005

139.000 ton

66% vennoten, 34% niet-vennoten

12 leden ISVAG

500.000 inwoners

2006

152.000 ton

95% vennoten,

5% INDAVER

12 leden ISVAG

+ 3 IGEAN

1 miljoen inwoners

 

Van de 139.000 ton huishoudelijk restafval die in 2005 bij ISVAG werden verwerkt, was 92.117 ton of 66% afkomstig van de eigen vennoten en werd 46.828 ton of 34% geleverd door andere gemeenten of intercommunales en door INDAVER.

 

De eigen aanvoer, afkomstig van steden en gemeenten uit de Antwerpse regio, zal in 2006 goed zijn voor zo’n 152.000 ton. Aangezien de installatie van ISVAG die niet allemaal zelf kan verwerken, is voorzien dat 22.000 ton hiervan wordt verwerkt door IBOGEM in de installaties van INDAVER. Vooral tijdens de voorziene onderhoudsperiodes bij ISVAG zal een deel van de aanvoer naar IBOGEM worden afgeleid. Omgekeerd zal INDAVER tijdens de kalmere periodes de aanvoer bij ISVAG aanvullen, zodat de installaties steeds op vollast kunnen blijven draaien. Deze “opvulcapaciteit” wordt gerekend op 7.000 ton. In 2006 zal ISVAG hierdoor zo goed als volledig werken voor eigen vennoten: de verwerkingscapaciteit van de installatie wordt voor 95% zelf opgevuld. De overige 5% wordt aangevoerd door INDAVER.

 

Zelfs indien we met zijn allen in de toekomst nog minder afval gaan produceren, blijft er ruim voldoende capaciteit over om jaarlijkse aanvoer van 125.000 ton te garanderen die het ISVAG beleidsplan voorziet.

 

Totale aanvoer verzorgingsgebied ISVAG/IGEAN

152.000 ton

Overcapaciteit verwerkt door IBOGEM bij INDAVER

- 22.000 ton

Aanvullen tot vollast door INDAVER

+ 7.000 ton

Totale geraamde verwerking ISVAG installatie 2006

137.000 ton

Investering in de toekomst

Door de toetreding van IGEAN wordt een breder draagvlak voor de toekomst gecreëerd. Allereerst is dit een breder maatschappelijk draagvlak, om te kunnen blijven investeren in een duurzame verwerking.

 

Daarnaast wordt door de samenwerking ook een breder economisch draagvlak gecreëerd voor nieuwe investeringen in de toekomst. De kosten voor een nieuwe verwerkingsinstallatie zijn aanzienlijk. Dankzij de samenwerking zullen die door een grotere entiteit kunnen gedragen worden.

 

Op de derde plaats wordt ook een breder draagvlak gecreëerd voor studie en onderzoek. Door de toetreding van IGEAN kan een nieuwe impuls gegeven worden aan de studie met betrekking tot de ontwikkeling van nieuwe technieken voor de milieuvriendelijke verwerking van restafval.

Niet alleen restafval: samenwerking IGEAN – Stad Antwerpen

De samenwerking die in de Antwerpse regio opgezet wordt, heeft niet alleen betrekking op de verwerking van het huishoudelijk restafval. Ook de selectieve inzameling en verwerking van GFT wordt hierdoor geoptimaliseerd. Zo heeft Vlaams minister voor Leefmilieu, Kris Peeters, aan de stad Antwerpen recent de toelating gegeven om vanaf 15 december 2005 samen met het GFT ook babyluiers in te zamelen. Voor de verwerking van dit GFT afval doet de stad Antwerpen een beroep op IGEAN milieu & veiligheid. In het samenwerkingsgebied van IGEAN milieu & veiligheid wordt immers reeds geruime tijd GFT+ ingezameld.

 

GFT +

Stad Antwerpen

IGEAN

Totaal

2006

45.000 ton

30.000 ton

75.000 ton

 

In 2006 zal de stad Antwerpen zo’n 40.000 ton GFT met luiers aanleveren, terwijl de overige gemeenten van IGEAN milieu & veiligheid ongeveer 35.000 ton GFT+ zullen brengen.

 

Totaal te verwerken

DRANCO-installatie

IBOGEM

75.000 ton

65.000 ton

10.000 ton

 

Al dit GFT+ wordt verwerkt in de DRANCO-composteringsinstallatie van IGEAN milieu & veiligheid te Brecht St. Lenaarts die een jaarlijkse verwerkingscapaciteit heeft van 65.000 ton.

In deze installatie wordt het omgezet tot hoogwaardige compost en biogas. Het biogas wordt op zijn beurt omgezet in elektriciteit, die in eerste instantie gebruikt wordt voor de eigen installaties en voor het ‘overschot’ aan het net wordt geleverd. Voor de hoeveelheid die IGEAN milieu & veiligheid niet kan verwerken in de eigen installatie (zo’n 10.000 ton) zal een beroep gedaan worden op IBOGEM.

 

 

Voor meer informatie:

 

ISVAG IGEAN Milieu & Veiligheid

Philip Heylen, voorzitter Luc Vuylsteke de Laps, voorzitter

Boomsesteenweg 1000 Doornaardstraat 60
2610 Wilrijk 2160 Wommelgem

Tel. 03 877 28 55 Tel. 03 350 08 11

Geplaatst in restafval | Tags: | Een reactie plaatsen

duurzaam vakantieverblijf

Een prachtig duurzaam vakantieverblijf is te vinden in Villers-devant-Orval, in de Gaume: Bois-le-Comte.

Wij verbleven er een tiental dagen en hebben er genoten van het lekkere vegetarische eten, de zuivere lucht en de mooie omgeving met talloze wandelmogelijkheden.

Geplaatst in biologische voeding, duurzame vakantie, ecologisch wonen | Een reactie plaatsen

wonen in een yurt

Een mooie reportage over wonen in een yurt is hier te vinden.

Geplaatst in ecologisch wonen | 21 reacties

fietsvergoeding

Een woordje uitleg over de fietsvergoeding.

WAT IS DE FIETSVERGOEDING?

De fietsvergoeding is een vergoeding die door een werkgever wordt toegekend aan werknemers die de verplaatsing van hun woonplaats naar het werk geheel of gedeeltelijk met de fiets maken.

Het doel van de fietsvergoeding bestaat erin een hoger aandeel van het fietsgebruik te realiseren in de woon-werkverplaatsingen.

DE WETGEVING: de fietsvergoeding als aftrekbare kost zonder sociale lasten

Een werkgever kon ook in het verleden fietsvergoedingen toekennen, maar die waren fiscaal en sociaal niet vrijgesteld. De huidige fietsvergoeding is vrijgesteld van inkomstenbelasting (wet 8/8/1997) en sociale zekerheidsbijdragen (K.B. van 29/1/1999).

De wet van 8 augustus 1997 tot wijziging van artikel 38 van het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992 (Belgisch Staatsblad 05/11/1997) stelt de fietsvergoeding vrij van inkomstenbelasting tot 0,15 Euro per afgelegde kilometer. De werknemer hoeft de fietsvergoeding dus niet aan te geven bij zijn belastingsaangifte.

Sinds 1997 was de fietsvergoeding vrij van inkomstenbelasting, maar nog niet vrij van sociale zekerheidsbijdragen. Dat weerhield sommige bedrijfsleiders ervan om de fietsvergoeding toe te kennen, omdat ze tot hogere bedrijfslasten kon leiden. Het K.B. van 29 januari 1999 heeft dit verholpen.

Het Koninklijk Besluit van 29 januari 1999 tot wijziging van het Koninklijk Besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders (Belgisch Staatsblad 6/2/1999) stelt de fietsvergoeding vrij van sociale zekerheidsbijdragen, zowel voor de werkgever als voor de werknemer. De fietsvergoeding kan als bedrijfskost worden ingebracht bij de berekening van het bedrijfsresultaat.

DE WETGEVING: modaliteiten

De fietsvergoeding is een gunst van de werkgever aan de werknemer. De werkgever is doorgaans niet verplicht ze toe te kennen. Voor de meeste ambtenaren is dit ondertussen wel een recht.

Een fietsvergoeding is enkel vrijgesteld van inkomstenbelasting en sociale zekerheidsbijdragen als ze wordt toegekend voor effectieve verplaatsingen met de fiets. Een forfaitaire vergoeding voor verplaatsingen met de fiets geniet geen wettelijke vrijstellingen! Ook een algemene vervoersonkostenvergoeding voor alle werknemers geeft geen recht op vrijstelling. De fietsvergoeding moet specifiek en uitdrukkelijk worden toegekend voor het effectief gebruik van de fiets voor de woon-werkverplaatsingen. Ze moet op basis van het aantal afgelegde kilometers toegekend worden.

De vrijstelling is beperkt tot 0,15 euro per kilometer. Wordt meer dan 0,15 euro toegekend, dan moet de werknemer het bedrag boven de 0,15 euro aangeven in zijn belastingsaangifte. Werkgever en werknemer zullen socialezekerheidsbijdragen betalen voor het deel boven de 0,15 euro.

De wettelijke vrijstelling geldt enkel voor verplaatsingen met de fiets tussen de woonplaats en de werkplek. De vergoeding die een werknemer van zijn/haar werkgever voor dienstverplaatsingen ontvangt, komen niet in aanmerking voor de wettelijke vrijstellingen.

Een werknemer kan voor hetzelfde traject slechts één vergoeding ontvangen. Voor werknemers die een deel van de verplaatsing tussen woonst en werk afleggen met de fiets en een deel met het openbaar vervoer, kan de fietsvergoeding gecombineerd worden met een tegemoetkoming in het abonnement voor het openbaar vervoer. Ook de combinatie fietsvergoeding/autovergoeding is mogelijk, voor werknemers die bv. met de auto tot de rand van de stad rijden en daar op de fiets overstappen.

Het is zelfs mogelijk voor een deel van de werkdagen een fietsvergoeding te geven, en voor een ander deel een autovergoeding (wanneer de werknemer bij slechte weersomstandigheden toch de auto zou nemen).

De werkgever bepaalt het bedrag van de fietsvergoeding vrij. Hij kan ook een maximumbedrag opleggen (bv. 0,15 euro per kilometer met een maximum van 50 euro per maand) of bepalen dat de vergoeding enkel voor de heen- of de terugreis geldt. Tevens kan hij bepalen dat werknemers een minimum aantal dagen per week/maand/jaar/seizoen met de fiets moeten komen om recht te hebben op de fietsvergoeding. Op die manier kan vermeden worden dat een heel administratief parcours moet afgelegd worden voor een werknemer die maar enkele dagen per jaar met de fiets komt werken.

Het spreekt voor zich dat het de bedoeling van de wetgever is geweest om 0,15 euro per kilometer toe te kennen, zowel voor de heen- als terugrit, zonder plafonnering of andere begrenzingen.

Het komt aan de werkgever toe om te bepalen welke weg een werknemer mag afleggen. De kortste weg is immers niet altijd de veiligste.

PRAKTISCHE INFORMATIE

De fietsvergoeding verschijnt op de loonstrook en de loonfiche.

In de RSZ-aangifte komt de fietsvergoeding niet voor zolang ze het maximumbedrag van 0,15 euro per kilometer niet overschrijdt.

Het komt aan de werkgever toe de passende maatregelen te nemen, opdat hij met zekerheid zowel het aantal daadwerkelijke verplaatsingen per fiets, als het vrijgestelde gedeelte van vergoeding zou kunnen bepalen. De werkgever is hierin dus vrij; er is geen wettelijke regeling voor de praktische modaliteiten.

Voor de controle van de werknemers wordt in de meeste gevallen gerekend op de eerlijkheid van de werknemers en de sociale controle. De werkgever is echter vrij om de controle te organiseren zoals hij dat wenst. Het meest voorkomende systeem is het aangifteformulier waarop de werknemer zijn verplaatsingen per fiets dagelijks noteert. Hij bezorgt het maandelijks aan zijn werkgever. De werknemer ondertekent het formulier ‘in eer en geweten’.

Geplaatst in autovrij, fietsen, financieel voordeel | Een reactie plaatsen

belofte – pledge

“I pledge to begin taking as many of the following steps as I can to stave off the worst effects of global warming, and spread the word. In so doing I will cut fossil fuel use. I will do some or all of the following:

1.   Cut down on driving my vehicle, or carpool. I will walk or bike, and not buy a car if I do not have one (best of all). I will support and use mass transit. I may work closer to my home.

2.   Cut down on working just for money: I can thereby barter more, and cut down on commuting.

3.   Depave my driveway, or help others’ depave their driveways, or depave parking lots, and grow food in depaved land.

4.   Unplug or retire my television, and perhaps go off the electricity grid. I will reduce energy for heating, and share appliances such as my oven with neighbors, and not buy or use power tools or jet skis, etc.

5.   Publicly oppose new road construction and road widening in my community, to start undoing sprawl, prevent growth in traffic, and halt the spread of forest roads allowing clearcuts.

6.   Take vacations without jet air travel, and avoid career activity dependent on jet travel.

7.   Plant trees, collect rainwater, and avoid overusing municipal water as it is energy-consumptive (and thus may emit CO2, the main heat-trapping gas that fossil fuels release).

8.   Buy local products, buy as little plastic as possible, carry a travel mug. Minimize consumption. Support alternative plant materials to cut down on petrochemicals and trees for paper. Avoid eating animal products especially shipped-in beef.

9.   Not bring more children into the world, or limit my offspring to one, and possibly adopt. I recognize the threat of overpopulation.

10.   Inform my community and the greater national and global community on the need to take action such as the above for climate stability.”

Geplaatst in duurzame lijstjes, duurzame politiek, voluntary simplicity | Een reactie plaatsen

wet belastingsvermindering passiefhuizen

Geplaatst in duurzame energie, ecologisch bouwen, fiscaliteit, passiefhuizen | Tags: , | Een reactie plaatsen

eerste bus op waterstof van De Lijn

Vanaf 18 juni kunnen de reizigers van De Lijn tussen Lier en
Antwerpen meerijden met een wereldprimeur: de eerste volwaardige
hybride bus op waterstof ter wereld. Deze bus stoot geen
schadelijke stoffen uit, en is ook zeer stil. De Vlaamse
busbouwer Van Hool heeft samen met zes partners de bus gebouwd.
De Lijn zal de bus een halfjaar leasen en daarna het project
evalueren.

Geen uitstoot van schadelijke stoffen

De nieuwe brandstofcelbus is een wereldprimeur. Ze is de
eerste volwaardige hybride bus (waterstof-elektrisch) die
remenergie recupereert. Daardoor heeft ze veel minder energie
nodig dan de vroegere brandstofcelbussen. Daarnaast heeft ze
dezelfde capaciteit (tot 104 reizigers), levert ze dezelfde
prestaties en heeft ze dezelfde actieradius (tot 350 km) als een
moderne dieselbus. Om dit te bereiken ontwikkelde busbouwer Van
Hool een bus van 13,2 meter lang met drie assen.

Dankzij een nuluitstoot is de waterstofbus erg
milieuvriendelijk. Omdat er geen verbrandingsproces is, stoot de
bus geen schadelijke stoffen uit zoals CO2
(broeikaseffect) en NOx (zure regen). Ook van fijn
stof is geen sprake. Uit de uitlaat komt alleen een wolkje
waterdamp. De bus is ook aanzienlijk stiller dan een moderne
dieselbus. Dat komt omdat er geen bewegende mechanische delen
zijn in de brandstofcel.

Waterstofbus rijdt zuiniger en efficiënter

De waterstofbus is een hybride voertuig. Dat betekent dat ze
wordt aangedreven door twee krachtbronnen. Enerzijds is er een
brandstofcel die waterstof omzet in elektrische energie. Naast
een tankvoorraad van 40 kilo waterstof heeft de bus batterijen
die worden opgeladen als er een energie-overschot is.

Dit overschot is enerzijds afkomstig van de brandstofcel en
anderzijds van de gerecupereerde remenergie. Hierdoor gaat er
nagenoeg geen energie verloren en volstaan de waterstoftanks om
350 kilometer te rijden. Door de hybride aanpak verbruikt de bus
minder brandstof, en is ze veel efficiënter dan een bus met
één krachtbron.

De Lijn neemt bus als eerste in gebruik

De Lijn zal als eerste vervoermaatschappij het prototype zes
maanden leasen. Vanaf 18 juni wordt de bus ingezet voor
reizigersvervoer op lijnenbundel 420 Lier – Broechem – Antwerpen.
Vier chauffeurs krijgen een opleiding om met de bus te kunnen
rijden. De evaluatie is voor De Lijn en Van Hool een gelegenheid
om de ervaringen van reizigers, chauffeurs en technici te kennen
en te analyseren.

Waterstof is de brandstof van de toekomst

Waterstof is de brandstof voor de toekomst. Ze is
milieuvriendelijk en onuitputtelijk. Momenteel wordt waterstof
vaak geproduceerd met fossiele brandstoffen, via reforming van
aardgas, vergassing van steenkool of elektrolyse van water. Deze
methodes gaan gepaard met de uitstoot van CO2. Het is ook
mogelijk om hiervoor schone energie te gebruiken, zoals
windkracht. Als dat het geval is, is de technologie 100 %
milieuvriendelijk.

Bus is voorbeeld van publiek-private samenwerking

De waterstofbus is een voorbeeld van publiek-private
samenwerking. Ze kwam tot stand met de steun van de Vlaamse
Regering, UTC Power, Siemens, IWT-Vlaanderen, Air Liquide en De
Lijn. UTC Power leverde de brandstofcel, Air Liquide het
tankstation en de waterstof. Siemens ontwikkelde het
aandrijfsysteem. De Lijn stond Van Hool bij met advies over de
inrichting van de bus.

(bron: website De Lijn)

Geplaatst in openbaar vervoer | Tags: | 2 reacties

Alfacam in het zonnetje: televisie op zonnepanelen

03/05/2007 | Bron: Belga

Binnen een drietal weken zal op de bedrijfsdaken van mediareus Alfacam, in Lint, de grootste zonne-energiecentrale in ons land operationeel zijn. De symbolische legging van het eerste zonnepaneel gebeurde donderdag in het bijzijn van onder meer premier Guy Verhofstadt (Open Vld).

Verhofstadt noemde Alfacam donderdag een bedrijf dat met haar ecologisch bewustzijn een voorbeeld moet zijn voor de vele andere Belgische bedrijven die nog argwanend tegenover milieuvriendelijke energieproductie staan. Met de steun van zowel de federale als de Vlaamse overheid worden op drie daken welgeteld 1.927 panelen geïnstalleerd, wat overeenkomt met het elektriciteitsverbruik van ongeveer 70 gezinnen en de uitstoot van zowat 178 ton CO2 tegengaat.

Alfacam zal de stroom grotendeels zelf gebruiken voor haar tv-uitzendingen en mediaproducties. In het geval van overproductie koopt energieleverancier Nuon de overschot over.

Geplaatst in duurzame energie, groene energie, hernieuwbare energiebronnen, zonnepanelen | 1 reactie